Zelfzekering
Het heeft meerdere betekenissen.
1. Zelfzekering als het fixeren van de klimmer aan een zekeringspunt. Dit doe je met een korter touw of een stevige sling aan een zekeringspunt in een situatie waarin je niet wordt gezekerd door een klimpartner en je je bevindt op een plek waar je naar beneden kunt vallen.
2. Zelfzekering wordt bijvoorbeeld gebruikt door een zekeraar op een standplaats, wanneer diegene de voorklimmer zekert met een touw. Er is niemand anders om de zekeraar te zekeren, dus moet deze zichzelf zekeren door zich met een kort touw aan het zekeringspunt vast te maken.
3. Zelfzekering met een prusikknoop (of eventueel een stijgklem). Dit doe je bijvoorbeeld bij het abseilen, of ook bij het klimmen in een touw, kortom bij elke schuivende beweging op of langs het touw.
4. Zelfzekering als een vorm van zekeren. Wanneer je alleen klimt (soloklimmen) en jezelf op de een of andere manier zekert, maak je gebruik van zelfzekering.
